Meidagen 1940

Voor de tweede keer speelt de rivier de Leie , ook wel eens de Golden River genoemd, een belangrijke rol in de Belgische militaire geschiedenis. De eerste keer was dat in oktober 1918 tijdens het geallieerde bevrijdingsoffensief. De tweede keer is dit in mei ’40. Reeds vanaf 10 mei, de eerste dag van de achttiendaagse veldtocht, zijn de Belgen in het defensief gedrongen. Ze moeten steeds maar verder achteruit! Op de chaotisch verlopen conferentie van Ieper (21 mei 1940) beslist men dat de Belgische linkervleugel op de stelling Terneuzen - Gent zal blijven en dat de rechter vleugel zich zal terugtrekken tot aan de Leie ( tot Menen). De Britten en de Fransen zouden bij Cambrai een tegenaanval uitvoeren. Men denkt er nog steeds aan om een ultieme verdedigingsstelling achter de IJzer op te werpen. De Frans - Britse aanval is echter verre van succesvol en de Duitsers rukken verder op in de richting van Calais. Op 23 mei is de frontlijn onhoudbaar geworden. De Belgische divisies gaan zich op stellen achter het afleidingskanaal (Maldegem--Deinze) en zuidwaarts achter de Leie (vanaf Deinze tot aan Menen ) Maar wanneer het op 24 mei ernst word en de Duitse divisies tot de aanval overgaan, staat het vast dat de ultieme slag aan de Leie zal worden uitgevochten. Heel wat Belgische eenheden beschikken niet meer over hun volledige getalsterkte. Tevens is een aanzienlijk deel van de uitrusting en bewapening verloren gegaan. Ongeveer de helft van de 22 divisies is nog relatief goede staat. Men mag ook niet vergeten dat het moreel van velen zwaar aangeslagen is door het Duitse luchtoverwicht.
Aan Duitse Kant is iedereen voortgestuwd door een aanstekelijke zegeroes. De jonge Duitsers die opgegroeid zijn met het verhaal over de vernedering van Versailles. De ouderen herinneren zich nog goed hun roemloze aftocht van 1918, ze herkennen vele plaatsnamen op onze wegwijzers. Ze beseffen maar al te goed dat ze weldra de streek, waar hun kameraden van toen nog op een Soldatenfriedhof rusten, gaan bereiken.
Het terrein aan de Leie is nadelig voor de verdedigers. In 1940 heeft de niet zo heel brede rivier nog veel bochten en kronkels. Dit maakt de verdediging ervan erg moeilijk, plus het feit dat het waterpeil erg laag staat maakt het nog problematischer.
 
Het is een feit dat de Leieslag een stukje vergeten geschiedenis is.  Officieel  heeft de Leieslag geduurd van 24 tot 28mei, dat wil zeggen de laatste vier dagen van de achttiendaagse veldtocht.
Uiteraard is er gedurende die vier dagen niet alleen gevochten aan de Leieboorden !  Er is strijd geleverd in geheel de provincie West-Vlaanderen, in een stuk van Oost-Vlaanderen en zelfs juist over de Nederlandse grens.
Ongetwijfeld is de Leieslag een chaotische, bloederige en meedogenloze aangelegenheid geweest. Men schat dat er tussen 24 en 28 mei ongeveer 2547 Belgische militairen gesneuveld zijn. Van Duitse zijde zijn geen cijfers bekend maar als men zich een beetje verdiept in de geschiedenis van dit vierdaagse inferno dan bemerkt men algauw dat het er veel zijn! Eerlijk gezegd, ik denk dat het dodencijfer niet zo heel veel lager is dan aan de Belgische kant. Veel mensen kijken verwondert op als ik dat beweer. Maar we mogen niet vergeten dat het Belgische leger niet overal gaan lopen is, zoals dit tot vervelends toe en trouwens ook onterecht, steeds maar weer word herhaalt. In sommige eenheden is de inzet en motivatie zeker  onbevredigend geweest en kan men wel terecht van lafheid spreken, maar  bij de meeste regimenten is die wil en die moed er wel geweest! Vergeet niet dat de Franse en de Britse troepen ook gaan lopen zijn voor de Duitse overmacht! Men mag hier zeker ook het feit dat de Britten reeds op 20 mei 1940  beslist hebben om het BEF (British Expeditionary Force) naar Duinkerken terug te trekken, om het daar te laten inschepen voor een overtocht richting Groot-Brittannië, niet uit het oog verliezen. Op 20 mei ontvangt de Britse Vice-Admiraal Ramsey geheime instructies met de codenaam “DYNAMO”. Deze instructies hebben betrekking op de onmiddellijk te nemen maatregelen , met het oog op de evacuatie over zee van het BEF. Dit toont aan dat de Britten al goed beseffen dat de toestand in Frankrijk gedurende de loop van de volgende dagen onhoudbaar zal worden. Dit bevel is gegeven door Sir Winston Churchil himself.
Ook het Franse en Britse leger hebben mannen verloren gedurende de Leieslag, maar ook hiervan  zijn geen juiste cijfers bekend.
Een ander groot vraagteken is, hoeveel burgers zij er in die vier dagen omgekomen? In die dagen telt West-Vlaanderen tussen de 7 à 800.000 zielen, daarbij moeten er nog een even groot aantal Belgische en ongeveer 100.000 Franse vluchtelingen bijgeteld worden. Velen onder hen hebben de vijandelijke luchtbombardementen of andere oorlogshandelingen niet overleefd. Een gedeelte onder hen is laffelijk vermoord geweest ! Gedurende de 18 daagse veldtocht verloren 6552 burgers het leven.Het is door allen geweten dat er burgers geëxecuteerd werden door de Duitsers, maar  bijna iedereen is wel vergeten dat ook Britse en Franse militairen   zich aan dergelijk praktijken schuldig hebben gemaakt!
Het is een zekerheid dat de Leieslag aan veel mensen het leven heeft gekost, maar ook psychologische en materiële gevolgen zijn verschrikkelijk geweest.Natuurlijk mogen we hier ook de duizenden gewonden niet vergeten. Het is niet voor niets dat de Waalse militairen die aan de Leie vochten, spreken van
Bepaling van de Leieslag: De slag heeft verschillende bepalingen gekregen. Strikt genomen gaat het in feite over de gevechten van vrijdag 24 mei, waar aan de Leie-boorden  vier Belgisch divisies opgesteld staan. Doch in vele gevallen groepeert  de naam “Leieslag” de gevechten ten Westen van de Leie, dit vanaf 24 tot 28 mei. Deze opvatting blijkt uit de lijst van de eenheden die op hun vaandel of embleem het opschrift “ De Leie1940” of “La Lys 1940” dragen. Anderen gebruiken die naam voor alle gevechten in die dagen, niet allen aan de Leie maar ook aan het Afleidingskanaal bij Maldegem, Knesselare, Nevele,Vinkt…Daarnaast is er de uitspraak van het hoofd van de Historisch Dienst van het leger die in 1962 ,in een verslag aan de minister van landsverdediging het volgende schrijft: “Het is niet historisch bewezen dat er een slag aan de Leie heeft bestaan, tenminste in die zin van een krachtbeproeving waar men de tegenstrijder verplicht tot al zijn actiemiddelen.(??) Tegen deze uitspraak verschijnt (gelukkig) in 1966 de brochure “ Er was geen slag aan de Leie”. In die brochure wil Dhr Jan Lathouwens, zelf een oud-strijder 1940 en bestuurslid van de NSB (Nationale Strijdersbond) bij de afdeling Brasschaat, bewijzen dat die slag weldegelijk een grote rol heeft gespeeld!

Leieslag

Donderdag 23 mei, de dag voor de slag

In de nacht van 22 op 23 mei is het eerste gedeelte van de terugtocht, zoals afgesproken op de Conferentie van Ieper van 21mei, van start gegaan. Om die terugtocht  wat te vergemakkelijken leggen pontonniers  onder andere in Astene en Baarle een brug over de Leie.  Men begint de allerlaatste stelling in gereedheid te brengen, dit gebeurt op het Afwateringskanaal van de Leie en de Leie zelf. HET WORDT DE ULTIEME SLAG .
De Duitsers installeren zich aan de Oostelijke Leieoever. De Luftwaffe voert voortduren verkenningsvluchten uit?  Overal langsheen het front laten de Duitsers kabelballons op, deze waarnemingsballons zijn de ogen van de Duitse artillerie. In de namiddag zijn er her en der schermutselingen tussen Belgische en Duitse verkenningspatrouilles.
 
De Belgische legerleiding heeft de eenheden aan het front het bevel om gedurende de dag verkenningstochten uit te voeren.  Deze verkenners moeten informatie verzamelen en ook proberen om Duitsers gevangen te nemen.
 
De infanteristen van de 1ste Infanterie Divisie (1ste I.D.) zijn reeds gisterenavond in de hun aangewezen sector aangekomen. De Linie regimenten van de divisie, het 3de, 4de en het 24ste, gaan er hun gevechtsposities innemen. De 1ste I.D. van luitenant-generaal Coppens bestaat vooral uit West-Vlamingen. Het 24ste dat een reserveregiment is van het 4de Linie uit Brugge staat paraat te Kortrijk.Het Oostendse 3de Linie stelt zich op te Bissegem, het 4de Linie ligt van Wevelgem tot tegen Menen. In Menen moeten Britse troepen de verdedigingslijn versterken. De drie regimenten plaatsen elk twee bataljons vooraan tegen de rivier, het derde word erachter op de hoogten opgesteld. De 1ste groep van het 1ste Lichte Regiment ( dit zij Rijkswachters in kakiuniform ter versterking aan de divisie toegevoegd) word in reserve gehouden. De 1ste I.D. is uiteraard door de gevechten en de terugtochten van de vorige dagen verzwakt en uitgedund. De ongeveer 7500 militairen hebben nog 300 machinegeweren en mitrailleurs ter beschikking. De helft van hun mortieren zijn ze kwijt, evenals 2/3 van hun lichte 4.7cm kanonnen. Tegen de middag arriveert ook de artillerie van de divisie het 1ste Artillerie (1A) zo kan het 19A nu terugkeren naar haar eigen eenheid, het Cavaleriecorps.
 
Terugtrekkende elementen van de Britse 44th   Infantry Division blijven de sector doorkruisen.
 
Ook de mannen van de 3de Infanterie Divisie (3deI.D.) maken zich klaar voor de strijd. In hun sector, deze loopt van in Kuurne tot in Ooigem, worden er  langsheen de Leieboorden schutterputten gegraven. In de namiddag beschieten de Duitsers Harelbeke, want daar zitten er vooruitgeschoven uitkijkposten van het 12de  Linie.
De 3de I.D. van  luitenant-generaal Lozet is door de haastige terugtocht en de lange verplaatsingen veel van haar middelen verloren. Hier aan de Leie staan er nog slechts 6000 van de oorspronkelijke 11000 man. Ze hebben nog 300 machinegeweren en mitrailleurs, 7 mortieren van xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />7,6 cm  ipv 36 en 21  4,7cm kanonnen ipv 60 ter beschikking.Normaal telt een actief infanterieregiment 3700 man  en heeft het drie bataljons (1000 man) van vier compagnies.Daarnaast is er dan nog een vierde bataljon, van drie compagnie, zware wapens
Het 1ste Linie staat met haar twee overblijvende bataljons  langs de Leieoevers te Ooigem. Het 25ste heeft haar drie bataljons opgesteld te Bavikhove en het befaamde 12de Linie heeft twee bataljons achter elkaar te Kuurne.De 3de I.D. krijgt nog de twee regimenten Grenswielrijders in versterking maar ook deze zijn uitgedund. Ze worden in een tweede lijn opgesteld.De 2de groep van het 1ste Licht Regiment word in reserve gehouden.
De 1ste en de 3de I.D. staan opgesteld over een front van 9 en van 11km. Normaal gezien moet een voltallige divisie een front van 6 km kunnen verdedigen.  De divisies zouden vuursteun moeten krijgen door vier artilleriebatterijen per kilometer. Maar omdat het front te veel is uitgerekt en door de laattijdige aankomst van enkele batterijen hebben ze er maar twee of drie per kilometer. Alle artillerie batterijen, ook die van de divisies in reserve, worden zover mogelijk naar voren opgesteld.
 
Burgemeesters van diverse gemeenten krijgen van de militaire overheid  het bevel om hun gemeente te ontruimen. Het merendeel van de burgers gehoorzaamt, ze  verlaten met pijn in het hart en vol wantrouwen hun haardstede. Anderen, een klein deel, weigeren om hun huis, bedrijf,winkel of boerderij zomaar achter te laten. Ze beslissen om te gaan schuilen in de kelders, maar daar zullen ze lange en bange uren moeten doorstaan.
Rond de middag begint men hier en daar met beschietingen!

Het lotgeval van Rode Kruis ambulancier Paul Vandebuerie.   Op 23 mei is Paul als ambulancier van het Rode Kruis van Harelbeke van dienst in het Hospitaal van het Rustoord achter de kerk. Al de dokters van het Rode Kruis zijn gevlucht naar Frankrijk, het Duitse leger is immers in aantocht. Twee verpleegsters Mvr. Desmet en Mj. Poulier zijn nog op post gebleven.De Belgische artillerie beschiet de Deerlijkse steenweg, daar wordt een vluchtelinge gewond. Paul krijgt de opdracht om het slachtoffer te halen en het  naar het hospitaal over te brengen. Hij bevestigd een rollende brancard aan zijn fiets en rijdt daarmee in de richting van Deerlijk. Wanneer hij aan de "Geete" komt  wordt  Hij er tegengehouden door een voorpost van het Duitse leger. Zij verwijzen hem naar een Duitse leger¬arts, deze bevind zich  in een hoekhuis van de Waregemsestraat. De Duitse dokter dient er de eerste zorgen toe aan de vrouw die Paul moet overbrengen naar het hospitaal.Zij is getroffen aan de dijen. De legerarts denkt dat de vrouw niet veel kans maakt om haar verwondingen te overleven. Naast de intense zor¬gen moet zij ook dringend een spuitje krijgen tegen de klem maar de Duitse arts mag zijn geneesmiddelen niet aanspreken voor een burger. De gewonde dame  wordt op de rollende brancard gelegd. Paul fietst zo rap als hij maar kan! Via niemandsland transporteert hij het slachtoffer  naar het hospitaal, ze is terug in Belgische handen.De dienstdoende verpleegsters doen al het nodige voor de gewonde echtgenote van een Oudenaardse brouwer, zij zal het overleven.   Intussen is het tien uur en heeft het Belgisch leger de kerktoren voorzien van de nodige springstof om hem te laten exploderen. Die toren zou anders een ideale uitkijkpost zijn voor de Duitsers. De draden van de aangebrachte springstoffen lopen voorbij de dorpel van het hospitaal tot over de Leie. Een van de geniesoldaten, die het werkje hebben op ge knapt,  verdrinkt bij het overzwemmen van de Leie.De houten hoge brug aan de Leiestraat is al eerder afgebrand. Iedereen rond en bij de toren wordt geëvacueerd. Paul vertrekt ook, hij gaat naar zijn huis in de Marktstraat (nu museum P. Benoit.).Van de Belgische soldaten heeft hij vernomen dat de toren om elf uur in de "lucht zal vliegen".Paul stelt  zich veilig op achter een boom in de hof van dokter Peel (nu Politiekantoor).  En daadwerkelijk, stipt op het gestelde uur van de torenklok ziet en vooral hoort hij de toren uiteenbarsten in een grote stofwolk.Na het verdwijnen van de wolk is er geen toren meer te zien.
In de loop van de morgen arriveert  de 10de Infanteriedivisie inde regio van Roeselare – Ingelmunster. Haar regiment het 6de Jagers te Voet ( uitgezonderd één bataljon) en de Vierde Groep van het 10de Artillerie (IV/10A) worden ter beschikking gesteld van de 8ste I.D.. In de namiddag gaat de 10de I.D. over van het  VII de Legerkorps over naar het IV de Legerkorps. Haar opdracht bestaat er nu in om Roeselare en Izegem te verdedigen, evenals alle overgangen op het Mandelkanaal gelegen tussen de twee steden. Omstreeks 16uur krijgt het 5de  jagers te Voet ( 10de I.D.)het bevel om Roeselare om te vormen tot een antitank-centrum. Het 3de Jagers te Voet (10de I.D.) krijgt dezelfde opdracht maar om uit te voeren in Izegem.  Het Eerste Bataljon (I/6) van het 6de Jagers te Voet neemt de afstand  gelegen tussen het 5de en 3de  Jagers te Voet voor haar rekening. Rond 21 uur is de verdedigingslijn klaar.
 
Het VII de Legerkorps bezet met haar 8ste I.D. en haar 2de Divisie Ardense Jagers (2DAJ) de Leie van aan het Mandelkanaal tot in Astene. De 9deI.D. blijft in reserve inde omgeving van Tielt. De  8ste I.D.
bezet het gebied tussen het Mandelkanaal en Olsene( Olsene zelf niet). De divisie heeft maar twee regimenten meer, namelijk het 13de  en 19de Linie, gelukkig is er versterking op komst (zie 10de I.D.)
De mannen van het Eerste Bataljon van het 21ste Linie (I/21), die vanuit Frankrijk als versterking worden aangevoerd, stappen om 04u30 af in Oost-Rozebeke. Het bataljon word in tweede lijn opgesteld. Tegen 12 uur ie de 8ste I.D. geïnstalleerd. Het 13de Linie ligt ten westen het 19de Linie oostelijk. Een uur later, omstreeks 13 uur, komt het 13de al in aanraking met de Duitsers.Deze schermutseling vind plaats te St-Eloois-Vijve. Om 14u45 zijn de Leiebruggen vernielt. Het 17uur, de Duitsers ondernemen een poging om de waterloop over te steken! Hun inspanning kent geen succes want de Belgen reageren alert.
De Ardense Jagers (van de 2DAJ) zitten in de sector Olsene(Olsene inbegrepen) –Astene. Ze heeft er verbinding met de 5de  I.D. gelegen in het bruggenhoofd Gent (TPG) Deze divisie heeft reeds sedert de gevechten bij Namen de compagnie 4.7 kanonnen van de 8ste I.D. als versterking. Nu krijgt ze ook nog het 17de Linie (min één bataljon) ter versterking. Ze krijgt ook nog de ondersteuning van viet artilleriegroepen( II/14A, VI/14A, IV/2RAA en een groep 150mm houwitsers van het 4RAA) .
De sector wordt onderverdeelt in drie ondersectoren . Van west naar oost ligt het 4de ,het 6de,en 5de
Ardense Jagers (AJ). Hier blijft alles rustig er is geen contact met de vijand.De 9de I.. is de reserve divisie va het VII de Legerkorps.
 
 
In de zone van het Iste Legerkorps gebeuren zaken waarvan men de ernst niet kan verzwijgen! Gisteren, in de eerst uren van de namiddag,verliet de 1ste I.D. Gent. Enkel de ploegen die de bruggen binnen de stad moeten vernielen blijven achter. Gent heeft een ingewikkeld systeem van waterwegen met veel bruggen. Alle bruggen moeten gedynamiteerd worden. De vertrokken troepen zullen pas vervangen worden in de loop van de nacht van 22 op 23mei.
De bevolking en het stadsbestuur vreest dat er voor het eerst sedert het begin van de veldtocht,hevig zal gevochten worden in een grote en dicht bevolkte agglomeratie. Men heeft angst voor de gevaren en de verwoestingen die dat met zich mee zal brengen. Daarom beslissen de leden van het Gentse schepencollege om hun stad en haar bevolking te voor het nakende oorlogsgeweld te behoeden. Ze nemen contact op met de Duitsers die al in het stadsgebied zijn binnengedrongen.
Van aan de Schelde en vanuit Destelbergen trekken de 16de en de 18de I.D. in de richting van Gent. Ze moeten er de verlaten posities van de 1ste I.D. gaan innemen. Maar ze komen er terecht in een uiterst verwarde en eigenaardige toestand. De burgerbevolking wil er hen immers beletten om er hun posities in te nemen. Zo vernemen ze dat er zich Duitse onderhandelaars op het Gentse stadhuis bevinden. Blijkbaar beraadslagen deze Duitsers er met een aantal gemeentelijke autoriteiten over de overgave van de stad. De Duitsers maken van die troebele situatie  handig gebruik om op hun gemak de stad verder binnen te dringen. Beide Belgische divisies plaatsen desalniettemin versperringen  aan de zuidelijke, westelijke en oostelijke uitwegen van de stad. In de namiddag beschiet de korpsartillerie
( I LK) de stadsgedeelten waar er vijandelijke aanwezigheid wordt gemeld.
De verliezen bij het 41ste Linie en het 3de carabiniers zijn redelijk hoog! Nee we spreken hier niet van gewonden en gesneuvelden, maar wel over verdwenen militairen die gewoon huiswaarts trekken  of die zich zonder enig verweer aan de Duitsers overgeven. Men moet toegeven dat dit gezien de onduidelijke situatie misschien enigszins begrijpbaar is. Maar de val van Gent, één van de Bastions op de stelling schelde zal zeker fatale gevolgen hebben op het verder verloop van de strijd.
Dat dit voorval voor veel ergernis zorgt op het Belgische hoofdkwartier, spreekt vanzelf.De legerleiding schrijft deze onderhandelingen toe aan de nefaste invloed van VNV leden( pas vijftig jaar later zal bewezen worden dat die zogezegde verdachte VNV elementen geen rol hebben gespeeld bij de beroering die in Gent was ontstaan.)
Ook in de zone van het Il de Belgische Legerkorps, ter hoogte van het kanaal van Terneuzen, worden er verkenningspatrouilles uitgevoerd.Nog voor zonsopgang steken een tiental patrouilles het kanaal over. Ze komen er in aanraking met vijandelijke eenheden die al op diverse plaatsen dicht genaderd zijn. Op een van die patrouilletochten raakt onderluitenant Delfose, van het 3de Carbiniers-Wielrijders, in de straten van Terneuzen verwikkeld in een vuurgevecht. Bij een andere verkenningseenheid valt Luitenant Stroobant, van het 1steCarabiniers-Wielrijders, in een hinderlaag. Hij word gekwetst en gevangen genomen. Bij de verkenninggroep van het 2de Gidsen ontsnapt Luitenant Pire op het nippertje aan een kogelregen. Hij kan zich redden door middel van een kabel die in het kanaal ligt. Hij kan die nog net vast grabbelen en zijn mannen die zich op de oostelijke oever bevinden slagen erin om hem met volle kracht over te trekken.
De uitkijkposten van de artillerie bemerken een groeiende activiteit op de vijandelijke oever. Bij het Duitse XXVI de korps van generaal Wodrig gaat  het er koortsachtig aan toe. Ze willen vandaag al, ten alle koste, het kanaal oversteken.Dit moet gebeuren tussen het Sas van Gent en de Nederlandse Grens, ten noorden van Gent. De Duitse 256ste en 208ste infanterie divisies naderen. Van de beide divisies gaan twee regimenten aanvallen en blijft er één regiment in reserve. Het 481ste,476ste ,337ste en het 338ste gaan de posities van het 2de Carabiniers-Wielrijders, het 2de Gidsen, van het 37ste en het 32ste Linie aanvallen.Het 456ste en 309de regiment staan klaar als versterking.
Het is 10u30 , de Duitse artillerie begint met het voorbereidende werk. De beschieting duurt tot 12u30.
Om 13 uur stormen de Duitse infanteristen vooruit, met hun pneumatische boten proberen ze het kanaal over te geraken. Ten noorden  zijn het  2de Carabiniers-Wielrijders en het 2de Gidsen te sterk voor de Duitse 256ste I.D., de aanval is er een complete mislukking. Ten zuiden kent de aanval van de Duitse 208ste I.D. aanvankelijk ook een succes, maar enige tijd later slagen ze toch in hun opzet. Ze steken het water over en overweldigen het 37ste Linie. Een deel van de aanwezige effectieven van het 37ste verlaten de waterlijn. Vijandelijke groepjes bezetten nu de fabriek Kuhlman te Rieme en rukken verder op naar Gallemans-Putte en Triest. Deze doorbraak bedreigt uiteraard de flanken van de twee Belgische buur regimenten.Zo wordt er in het Eerste Bataljon van het 32ste  Linie (I/32) een bres geslagen.Majoor Gerling sneuvelt. De 1ste Compagnie is verloren,maar de 2de Compagnie remt de vijand af. Kort daarna slagen de mannen van het  2de  bataljon (II/32) erin om van uit de tweede lijn  de aanval te stoppen. Aan de andere kant is de opstelling van het 2de gidsen te breed uitgerekt en beschikken daardoor niet over een tweede lijn. Kapitein Waucquez van het 18de Artillerie ZET ZIJN KANNONIERS IN ALS INFANTERISTEN! Ze moeten de Duitse  infiltranten achteruitslaan. De 11de I.D. stuurt twee bataljons van het 14de Linie als versterking.  Om 16u15 beveelt de commandant van de 13de I.D. het eerste bataljon van het 14de Linie (I/14) om een tegenaanval uit te voeren. Ze moetende parallelle as, op 300 meter ten zuiden van de weg Ertvelde – Rieme volgen. Hun opdracht luidt:” Dring de Duitsers terug en bezet de westelijke oever van het kanaal, of belet toch tenminste dat de vijand verder oprukt. Onder hevig Duits vuur trekt het bataljon van majoor Goormachtigh in de tegenaanval. Het IIde bataljon (II/14) van het 14de linie ,dat ook ter beschikking van het IIde Legerkorps is gesteld, krijgt een gelijkaardige opdracht maar dan meer ten zuiden. De mannen van het eerste bataljon komen ter hoogte van het station van Rieme in contact met de Duitsers van het 309de  IR (Infanterie Regiment). Deze trekken zich terug naar de fabriek Kuhlman. De Belgen bereiken de Oever van het kanaal. Meer ten noorden waar het bataljon geen voeling heeft met bevriende eenheden ,kunnen de Duitsers naar binnen infiltreren. Tegen 21 uur bereiken ze de toegangswegen van Triest. Het eerste bataljon van het 14de Linie (I/14) installeert zich op het kanaal met flank bewaking naar het noorden en zuiden. Het andere bataljon (II/14) ,onder bevel van majoor Eppe, bereikt ten noorden van Terdonk het kanaal en rammelt er de mannen van het Duitse 358ste IR terug over het kanaal. In Terdonk zelf ontzetten ze kapitein-comandant Boits en zijn mannen die er nog steeds weerstand bieden . Commandant Boits is de bevelhebber van de 1ste compagnie van het 37ste  Linie.  Majoor Eppe  slaagt er niet in om verbinding te krijgen met het I ste  bataljon (I/14).Een vijandelijk weerstand die zich ten zuiden van de Avrijebeek heeft genesteld verhindert dit.
In de loop van de nacht zal het 2de Legerkorps (II LK)  zich westwaarts terugtrekken. In het munitiedepot van Eeklo, zijn militairen gans de dag onderbroken bezig met het evacueren van munitie. Zij zullen het depot pas de volgende morgen, bij de aankomst van de Duitsers, verlaten. Ze zullen er enkel onbruikbare munitie van 40mm kannonen en toxische granaten achterlaten. Deze toxische granaten zal onze legerleiding toch niet gebruiken dit omdat de Duitsers ook geen gifgas gebruik.

De aanvallers in de regio Kortrijk 

Het oprukken van de Duitse Legergroep B verloopt minder vlot dan gehoopt.Het opnieuw gegroepeerd 18de  Leger nadert het afleidingskanaal en het 6de Leger onder bevel van generaal von Reichenau, komt op de Leie af .
Het is de bedoeling dat het 11de Legerkorps de Leie overschrijdt en positie gaat nemen op de weg Kortrijk Ingelmunster en om dan zuidwestelijk te zwenken inde richting van Wijtschate . Het 4de Legerkorps sluit aan en bezet de weg Kortrijk- Kooigem en moet van daaruit oprukken  richting Menen en Tourcoing (Fr) . Het 27ste Legerkorps valt de regio van Rijsel (Fr) aan.
In de loop van de dag krijgen de Duitse divisies voeling met de Belgen die hen opwachten in samengeflanste Leiestelling. Tegenover het IVde Belgische Legerkorps, met wee uitgedunde maar toch enigszins versterkte divisies in lijn, staan vijf Duitse Infanterie divisies.
De 30ste Duitse I.D. staat klaar bij Desselgem, de 19de bij Beveren-Leie, de 14de in Harelbeke, de 18de nabij Kortrijk, de 31ste te Marke. Zuidwaarts staat de 7de voor Menen, ten oosten van de Schelde hebben ze de 61ste en 254ste I.D..
 
Een Duitse infanteriedivisie telt 15900 man. Ze heeft een verkenningsgroep, drie infanterieregimenten van elk 2450 man, een sterk artillerie regiment, een antitankbataljon, een geniebataljon met een brugcolonne, een transmissiebataljon en uitgebreide diensten.
 
Aan de Leie zijn geen pantserdivisies ingezet, maar de verkenningsgroepen van de infanteriedivisies beschikken wel elk over drie pantserauto’s . Er worden aan de Leie ook geen divisies van de Waffen-SS ingezet.
 
Dat de Duitse infanterist beter bewapend en getraind is dan de Belgische piot is een feit. De Duitsers hebben een nieuwe bewapening met goede mitrailleurs en veel machinepistolen (mitrailletes). De verplaatsingen gebeuren ordelijk, met een stilstand in de vroege avond. De bevoorrading verloopt vlot, vooral deze van de munitie. De Duitse infanterist is getraind in het marscheren en ontplooien en in het gebruik van steelhandgranaten en camouflagetechnieken zijn ze onklopbaar.De infanterist heeft een lichte uitrusting en draagt in tegenstelling tot de onze piotten geen veel te warme kapotjas. Ze zijn enorm gemotiveerd door de reeds behaalde successen, en bovendien weten ze zich ook gesteurd door hun supersterke Luftwaffe die als artillerie optreed.
 
Gedurende de dag vliegen de overgebleven Belgische piloten met hun Fox en Renard vliegtuigen naar de kuststreek, hierbij gaat er een machine verloren.
De l ste  Groep vliegt twee missies. Omstreeks 19u vliegt zij van Ursel naar Stene -Oostende.
De Vde Groep voert tweeopdrachten uit. De VI/l stuurt twee Renards naar Walcheren / Vlissingen. De toestellen keren terug naar oorlogsvliegveld te Zwevezele . Om 17u start de bemanning bestaande uit 1ste sergeant Bailly en luitenant Warmont voor een verkenning boven Harelbeke. Hun Renard toestel wordt neergehaald en stort neer nabij Pecq , de twee zijn dood. Om 20 uur vertrekt de VIde  Groep eveneens vanuit Ursel naar Zwevezele. Het toestel van piloot Sergeant Rigole moet landen in een veld, maar de volgende dag zal de machine gerecupereerd worden.
Actie boven het leperse luchtruim.
Kort na de middag beschermen de Britse Huricanes van het 32nd Squadron enkele Blenheims die een verkenningsopdracht uitvoeren. Boven het grondgebied van leper bemerken de Britse jachtpiloten een formatie van achttien Duitse Bf 110 toestellen. Terwijl Sergent Nowel de stuurknuppel naar zich toe trekt wordt hij in de rug aangevallen door een Messerschmitt 109. Zijn compagnons zien nog hoe hun vriend Nowel ,aan boord van de zijn brandende vliegtuig ( de N3550), naar beneden duikt. Om 13u30 stort  te Beveren aan de -IJzer, bij de Stavelbrug, neer. Het is bekend dat rond hetzelfde uur drie Duitse Bf 109 Messerschmitts  van de I./JG 27 crashen. Een ervan zou neergeschoten zijn door F/L Brothers de andere twee worden opgeëist door F/L Crosley Ten westen van Ieper stort Lt Hans¬-Wedig von Weiher van het 2. Staffel neer, hij overleeft de crash niet. Nog drie andere Bf 109 toestellen worden in het gevecht neergehaald, de piloten worden gevangen genomen. Uffz Emil Kaiser van het 2./JG 2¬ keert al de dag na de wapenstilstand op 29ste  mei terug bij zijn eenheid.

De opstelling en de gevechten aan de Leie 24 –28 mei 1940.

De zak waar het Britse expeditiekorps (BEF) het Bel¬gische leger en de restanten van drie Franse legers gevangen in zitten, strekt zich uit van Gravelines (Fr) ( gelegen tussen Calais en Duinker¬ke) zuidwaarts tot St-Omer (Fr). Deze lijn wordt door Franse troepen gehouden. Van St-Omer over Robec (Fr), Béthune (Fr) tot xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />La Bassée (Fr) liggen Britse troepen. Tussen deze laatste stad al over Douai (Fr), Sensée (Fr) en Denain (Fr) tot iets ten noorden van Maulde (Fr) liggen terug Fransen met hun front west - zuid - en oostwaarts gericht. Vanaf een punt halfweg Maulde en Roubaix(Fr) loodrecht naar het noorden al over Halluin (Fr) tot Menen liggen drie Britse divi¬sies. Vanaf Menen langsheen de Leie tot Deinze en vanaf Dein¬ze noordwaarts langsheen het Leopoldskanaal ligt het Belgische leger.

  • Tussen Menen en het Mandelkanaal (Ooigem - Roeselare) ligt ons IVe Legerkorps met de 1ste en 3de Infanteriedivisie in lijn. HK te Roeselare, 10de ID in reserve
  • Tussen het Mandelkanaal en Deinze( Olsene) bevindt zich het VIIe LK met de 8ste ID en de 2e Divisie Ardense Jagers.  HK in Pittem, 9de en 16de ID in reserve.
  • Vanaf Deinze (Meigem) tot het Leopoldskanaal (Gent - Brugge) ligt het VIe LK met de 4e ID (heeft nog slechts de sterkte van een groot regiment) de 5e en de 2e ID. HK te Poucke, 1ste Divisie Ardense Jagers als reserve.
  • Vanaf het Leopoldkanaal tot Oostwinkel bevindt zich het lle LK met de 11e en de 12e ID, HK te Knesselare.
  • Van Oostwinkel tot Maldegem het V e LK met de 6e en de 17e ID.( Balgerhoek en te N. van Zomergem) HK te Oedelem, 18de ID in reserve.
  • In de saillant bevindt zich het Cavaleriekorps dat de drie zijden van Zeeuws Vlaanderen op een front van ca. 40km bezet houdt (achter de Braackman en het Leopoldkanaal). HK St.Anna-ter- Muyden. 1ste en 2de Cavalerie Divisie.
  • Het front langs de IJzer ( Km paal 15) en Ieperlee word bezet gehouden door het IIIde LK met de 14de ID, het gemotoriseerd bat. AJ, Lichte regimenten en hulptroepen. HK te Staden.
  • Van het Iste LK, met haar Hk te Ruddervoorde , ligt de 15de  ID aan de kust . Langsheen de IJzer tot aan Kilometerpaal 15. De 13e ID word ongeschikt geacht voor het gevecht en ligt in reserve te Knesselare.
  • In reserve bevinden zich vijf divisies van zuid naar noord de 10e, de 9e en de 16e ID, de 1ste DAJ en de 18e ID. Onze 7e ID is sedert 11 mei gedecimeerd . 

Door het gebrek aan verbinding tussen de geallieerden  wordt de hoek van 90° van Menen naar het westen zonder troepen gelaten.Dit is de vierhoek : Roeselare – Menen – Komen - Ieper.
De Belgen liggen langsheen de Leie,De Britten hebben stelling genomen langsheen de grenzen , dwz loodrecht op de Belgen.Het Belgische leger heeft zijn algemene structuur behouden en vormt een goed samenhangend geheel. De eenheden zijn weliswaar zeer vermoeid . De infanterie – en cavalerie-eenheden worden soms met een zéér beperkt aantal effectieven terug samengesteld.
Iedere divisie houdt een front van zeven breed, behalve tussen Menen en Deinze daar is het divisiefront ruim 10 km breed. Iedere infanteriedivisie heeft ongeveer een kwart van haar aan¬vankelijk potentieel verloren en twee van de reservedivisies hebben al hun artilleriestukken moeten afstaan aan de gevechtsdivisies.
Als gevolg van de te leper aanvaarde frontuitbreiding (conferentie van 21 mei) heeft men de 1e, 3e en 10e ID van hun oorspronkelijk voorziene frontlijn weggehaald. Ze gaan tussen Deinze en Menen de Britten af lossen die dan zuidwaarts zullen doorstoten.
Het terrein waar de gevechten zich zullen afspelen, heeft veel nadelen en is daardoor moeilijk te verdediging. Het is absoluut niet te vergelijken met de stellingen die de Belgen tot dan toe hebben ingenomen ( het Albertkanaal of de  KW Lijn)  .  De Leie is slechts een 20-tal meter breed en het afwateringskanaal 25 meter . Daarbij de Leie telt op sommige plaatsen vele bochten, dit maakt het voor de verdedigers zeker een heel stuk moeilijker.
 
De waterstand van de rivier is zeer laag! Bovendien de aanwezigheid van grote bewoonde agglomeraties aan de Leieboorden of heel dicht bij de rivier, aan de oostelijke oever maakt vijandelijke infiltraties mogelijk tot vlak bij de Leiekant. Deze agglomeraties zijn Lauwe, Kortrijk, Harelbeke, Beveren-Leie, Desselgem, St-Eloois-Vijve, Zulte, Olsene, Machelen en Deinze. Tussen Menen en Kortrijk domineert de oostelijk oever de westelijk waterkant, de Duitsers beschikken er over ideale observatieplaatsen. Het afwateringskanaal stroomt tussen twee hoger gelegen dijken die bedekt zijn met een dichte vegetatie. Enkel de wapens die opgesteld staan op de westelijke oever kunnen er de vijand rechtstreeks onder vuur nemen.De dijken belemmeren uiteraard ook het zicht en de oostelijke dijk vormt een dode hoek waarin de Duitsers zich gemakkelijk kunnen gaan schuilen.Er zijn geen bunkers, mijnen, prikkeldraadversperringen of andere obstakels aanwezig. Het gaat hier dus om een geïmproviseerde en zwakke verdedigingslijn.
 
De opstelling van de divisies is overal plusminus twee kilometer diep. De luchtafweer langsheen deze gevechtsopstelling is nagenoeg nihil . Tevens zijn er boven de Belgische stellingen bijna nergens geallieerde vliegtuigen te bespeuren om de overheersende Luftwaffe te bestrijden. Dus het is niet moeilijk om te begrijpen dat tengevolge het Duitse luchtoverwicht, onze Belgische jongens heel kwetsbaar staan opgesteld. Op de fronten is de afbrokkeling zichtbaar duidelijk.