Wereldvluchtelingendag - het verhaal van Juan Haj Hamo

Gepubliceerd op woensdag 16 juni 2021
communicatie

Juan Haj Hamo
Leeftijd: 27 jaar
Geboorteplaats: Syrië, Afrene
Beroep: proces operator bij IVC Avelgem
Hobby’s: voetbal en biljarten
Levensmotto: “Je hebt 2 keuzes in het leven. Je werkt aan jezelf of gaat stilstaan wat betekent achteruitgaan.”

Stel je zelf even voor

Ik ben geboren in een goed gezin, de band tussen mijn zussen en broer waren goed en hadden het relatief goed. Ik studeerde business management aan de universiteit op 60 km van mijn dorp. Ik had nooit verwacht dat ik ging moeten vluchten en nooit gedacht dat ik die kracht ging hebben om het te doen.

Elke dag moest ik de bus nemen naar de stad. Die verbinding werd door de oorlog bezet door twee verschillende groeperingen waardoor ik niet meer naar de universiteit kon. Ik was toen 18 jaar en wist dat ze mij gingen oproepen voor verplichte legerdienst en op dat moment wist ik dat er geen toekomst was voor mij in mijn thuisland.

Ik bleef ongeveer een jaar thuis en had niets te doen, ik had geen werk en ik kon niet  studeren. Mijn ouders wilden me ook niet laten gaan, het was te gevaarlijk om te vluchten. Maar berusten in de situatie was voor mij geen optie. Het was pas toen mijn beste vriend, die wel in het leger actief was, overleed dat mijn ouders beslisten om mij te laten vertrekken.

Het was allesbehalve een gemakkelijke beslissing. Ik wist niet wat er me te wachten stond, maar ik had een kleine hoop op een beter leven en die kleine hoop heb ik altijd blijven volgen. Je vertrekt te voet, onderweg neem je een bus en eens in Turkije, Izmir kan je met de boot tot in Griekenland geraken. Het gevaarlijkste?
In Izmir moet je een klein busje nemen om tot op de boot te geraken dat is normaal gezien een rit van 30 min. Het busje zelf is normaal voor 10 personen. Ik zat op dat moment met 70 personen samen in dat busje en dit voor 7 uur, gezien er overal controles waren op illegalen.

Het was niet evident om met 70 mensen in een klein bootje de oversteek te maken, maar het lukte.  Van daaruit nam ik het vliegtuig naar Parijs om dan uiteindelijk met de trein in Brussel aan te komen. De volledige “reis” duurde 3 maand en elke dag van die 3 maand leef je in angst en onzekerheid. Onderweg maakte ik gelukkig wat vrienden, deze wonen nu in Duitsland en ik zie ze toch 2 à 3 keer per jaar. Dan is het leuk om herinneringen boven te halen.

In Brussel ging ik naar het commissariaat om asiel aan te vragen. Daar nemen ze foto’s en stellen ze documenten op. Ik werd toen gedurende 7 dagen in een kamp geplaatst in Brussel om dan naar Roeselare af te reizen naar het Sociaal Huis. Daar kon ik een huis delen met drie lotgenoten. Na 6 maanden kreeg ik mijn verblijfsvergunning en kon ik eindelijk mijn eigen woning gaan zoeken.

Hoe kom je dan in Kuurne terecht?

Ik kreeg 2 maanden om een woning te zoeken. Dat was allesbehalve gemakkelijk gezien ik op dat moment nog niet actief aan het werken was, ik leefde enkel van een uitkering van het Sociaal Huis.

Mijn broer in Duitsland had bij zijn vrienden laten vallen dat ik een woning zocht in België, die vrienden hadden toevallig een zus die woonde in Eupen. Na een telefonisch gesprek bracht ze me in contact met Maarten van de evangelische gemeenschap, wonende te Kortrijk. Aan hem huur ik nu een appartement in Kuurne.

Hervatte je dan je studies?

Bij aankomst in Roeselare wou ik meteen Nederlands leren. Ik volgde een basiscursus Nederlands. Al snel werd duidelijk dat ik een intensievere cursus wel aankon. Na 15 maanden sprak ik relatief vlot Nederlands. Ik had ambities om mijn studies verder te zetten en taalkennis is hierbij onontbeerlijk.

Ik koos ervoor om te gaan studeren aan Howest. Mijn eerste keuze was journalistiek, helaas botste ik daar tegen een taalbarrière. Mondeling ging alles goed, maar schriftelijk was het niet evident om mij te uiten.

Ik geef niet snel op dus waagde ik me aan de studies sociaal werk. Ik liep toen stage in het Sociaal Huis Kuurne, waar Ruben Bruyneel mij heel goed begeleidde. Dat liep vlot maar ik werd geconfronteerd met veel ellende die me deed terugdenken aan mijn herkomst en vlucht. Ik nam mijn werk mee naar huis en dat vond ik pijnlijk. Wel probeer ik het Sociaal Huis nog te helpen als ze een vertaler nodig hebben.

Wat vind je leuk in Kuurne?
 

Ik kom zelf van een rustig dorp en dat vind ik hier wel terug in Kuurne. Elk jaar vind je me ook terug op de de Ezelsfeesten en af en toe pik ik een optreden mee in de Kubox.

Ik mis ook het warme weer en het sterk gemeenschapsgevoel. De band met familie is op een andere manier heel belangrijk. In Vlaanderen heb ik het gevoel dat mensen meer individualistisch zijn. Ik ondervind veel eenzaamheid.

Maar alles is wel anders dan in Afrene. De gebouwen, de gemeenschap en het eten…
Ik mis ook enorm het eten van mijn mama. Ik probeer haar recepten te volgen, maar nooit smaakt het zoals thuis ...

Heb je nog contact met je familie?

Ik heb een zus in Denemarken en een broer in Duitsland die ik wel ga bezoeken. Mijn ouders heb ik niet meer gezien sinds ik gevlucht ben. Teruggaan naar Syrië is gewoon te moeilijk.

Heb je een relatie?
 

Ik had een vriendin in Syrië maar die relatie kwam tot een einde toen ik vluchtte. Enkele jaren later werd ik uitgenodigd voor een huwelijksfeest in Duitsland en  zag ik haar  terug. Ze was net zoals mij gevlucht. Het terugzien bracht alle gevoelens terug naar boven en nu zijn we sinds een jaar terug een koppel. 

Ondertussen hebben we plannen om samen hier in Kuurne te wonen. Duitsland is voor mij net iets te druk, ik zou er echt niet kunnen wonen.

Voel je je hier thuis in  Kuurne?
 

Thuis voelen is voor mij iets abstracts geworden. Syrië was mijn thuis, maar dat is het ook niet meer. Kuurne ben ik al gewoon maar ik denk dat ik me nooit meer zal thuis voelen. Dat gevoel zal nooit meer hetzelfde zijn.