Kuurne
Kuurne lag in het graafschap Vlaanderen, kasselrij Kortrijk, roede van Harelbeke, verdeeld in verschillende grotere en kleinere lenen en heerlijkheden. De meeste hiervan werden gehouden van het grafelijke leenhof van Kortrijk, enkele van andere leenhoven, één van het grafelijke leenhof van Harelbeke: Nieuwenhuyse, het grootste van het dorp. Alleen de straatnamen Kasteelstraat en Nieuwenhuyse herinneren nog aan dat kasteel.
Omdat de echte Heren van Kuurne wel bezittingen hadden in de parochie, maar meestal in Kortrijk verbleven, liet de Heer van Nieuwenhuyse zich meestal doorgaan als Heer van Kuurne, wat soms tot naijver leidde. Ook had de Sint Pietersabdij van Gent behoorlijk wat cijnsgronden in de parochie, maar die had geen patronaatsrecht over de kerk. Het huidige wapen van de gemeente is dat van de laatste feodale Heer van Kuurne, Jos Emmanuel le Paige de Bar, van wie afstammelingen af en toe nog naar Kuurne komen.
Het oudst bekende goed in Kuurne is Bonart of ten Bonaerde, vermeld in 821, een domein dat aan de Sint Amandsproosdij van Kortrijk toebehoorde. Toen in de 10de 11de eeuw de graven van Vlaanderen aan de ontginning van hun bossen begonnen, kwamen de grafelijke forestiers van Harelbeke en stichtten er nieuwe nederzettingen. Ze kregen een kapel en later een kerk op de grond van de dorpsheer; in 1123 wordt voor het eerst melding gemaakt van de villa de Curnes, een parochie met een pastoor, en in 1146 voor het eerst de Sint Michielskerk onder het bisdom Doornik.
Tijdens het ancien régime woonde er een uitsluitend rurale bevolking. Enkele boerderijen en arbeidershuisjes zijn overgebleven. Het dorp had toen nog geen duidelijk centrum, maar aan de verbindingswegen met Heule, Lendelede, Hulste en Bavikhove waren wijken ontstaan, en ook aan de Theresiaanse weg Kortrijk Brugge, die aanleiding zou geven tot de Sint Pietersparochie. Het echte dorpscentrum groeide pas goed aan met de opkomst van de vlasindustrie en het roten in de Leie begin 19de eeuw.
De bevolking groeide over 700 in de 12de eeuw en 7000 na de Eerste Wereldoorlog tot 14.000 vóór de fusie. Na de fusie verloor de gemeente een deel van haar grondgebied en inwoners van Kortrijk. Het vlas aan The Golden River bracht welvaart, maar tijdens de crisisjaren van 1930 was er zwarte armoede. Omstreeks 1960 gingen de vlasindustrie en handel zogoed als helemaal teniet.
Gelukkig kwam het industrieterrein Heule Kuurne in de plaats. Overal ontstonden nieuwe wijken, terwijl de oude wijken gerenoveerd worden.

