Wekelijkse Rustdag

Zondag Rustdag
Verschillende subsectoren van de distributie hebben op basis van de wet van 22 juni 1960 een wekelijkse rustdag ingevoerd.
In de betrokken sectoren is de naleving van de wekelijkse rustdag verplicht. De wet definieert het begrip rustdag als een ononderbroken periode van 24 u. die begint om 5 u. 's morgens of om 13 u. en die eindigt op hetzelfde uur 's anderendaags.

Tijdens deze wekelijkse rustdag is rechtstreekse verkoop aan de verbruiker of het verlenen van diensten verboden. Ook thuisbezorging is die dag verboden. Enkel voor verkoopautomaten geldt deze wekelijkse rustdag niet.

 

Onder andere voor de volgende beroepen werd een wekelijkse rustdag ingevoerd

  • Beenhouwerijen
  • Brood en banketbakkers
  • Voedingswinkels (ook voedingswinkels gespecialiseerd in fruit en groenten)
  • Handel in wild en gevogelte
  • Viswinkels
  • Zuivelwinkels
  • Schoenwinkels
  • Textielwinkels (uitgezonder: bontartikelen, sportkledij, handschoen en kantartikelen en fantasieartikelen)
  • Bloemenwinkels
  • Kapsalons
  • Juweliers
  • Fietsenwinkels (ook bromfietsen en scooters)
  • IJzerwarenwinkels
  • Drogisterijen
  • Meubelhandel
  • Handel in tapijten, vloerbekleding, behangpapier, woninginrichting
  • Kleermakers
  • Benzinestations (uitgezonderd deze bij autosnelwegen)

Keuze rustdag:

In de betrokken sectoren kiest de handelaar vrij zijn rustdag en meldt hij deze keuze aan het College van Burgemeester en Schepenen. Werd er geen keuze gemaakt, dan geldt van rechtswege de zondag als rustdag. De handelaars die een andere rustdag gekozen hebben moet dit op duidelijke wijze kenbaar maken, bijvoorbeeld door aanplakking van een geschrift voorzien van de zegel van de gemeente. Indien men dit niet op duidelijke wijze kenbaar gemaakt heeft, bestaat het onweerlegbaar vermoeden dat de gekozen wekelijkse rustdag de zondag is. Elke wijziging van rustdag moet tevens aan de gemeente medegedeeld worden.

Indien men een keuze doet van rustdag dienen de volgende gegevens opgenomen worden in het aangetekend schrijven welk men zou richten aan het College van Burgemeester en Schepenen:

  • Zelfstandigen in eigen naam: naam, voornaam, beroep en woonplaats
  • Vennootschappen: handelsnaam + naam, voornaam en hoedanigheid van de zaakvoerder
  • Handelsregisternummer
  • Ligging van de inrichting
  • Gekozen rustdag
  • Delen